Rond de Zuiderzee

Groot- en klein vuurlood voor de Suyderzeese vuurbakens met het wapen van Hoorn.

Voor een kaart van de Suyderzee, klik hier

Het onderscheid tussen het groot- en het klein vuurlood is niet altijd even duidelijk aan te geven.
Een onderscheid kan worden gemaakt door de diameter van de touwcirkel / kralenlijst op de voorzijde te bepalen.
Voor grote loodjes varieert deze maat tussen de 22 en 26 mm, voor de kleine tussen de 15 en 18 mm.
De diameter van het grote lood zal rond de 34 mm zijn (tussen de 25 en 40 mm),
het kleine loodje zal een diameter hebben tussen de 25 en 30 mm.
Voor zover mij bekend heb ik dit aangegeven met een "G" of een "K" bij de diameter.

Type SE


Voorzijde: Drie vuurtorens, waarvan de buitenste met open vuur, in een geparelde binnencirkel.

Tekst A:
SVYDER-ZEESEVUUR BAKENS
Keerzijde: Klimmende leeuw binnen een geparelde binnencirkel, waarboven het stadswapen van Hoorn
Tekst a: INĚ HOLL(:)EN(jaar)WEST-V(:)L(T)(:)

jaar

ě mm

G/K

bijzonderheden

1706?

36

G

klop? (collectie "Hoorn")

1711

30

  klop I - A?, gevonden bij Schagen, particuliere collectie
1715 33-36 G Veiling 29 Laurens Schulman lot 1896, wapen boven leeuw onduidelijk, Hoorn?
1718 26 K klop M - F, gevonden bij Gouda, colASE02

1722

24

  klop L - D, gevonden in Friesland, colASE01
1731     gevonden omgeving Heerenveen, colVL170507a

1742

32

 G muntenbodemvondsten.nl

 

  I. Voor het grootfte, 't gene aan fcheepen boven de vyftig laften groot wordt gegeeven, be-
taalt ieder fchip van het Weft en Groenland komende drie guldens, doch van Vrankryk, Enge-
land en de Ooftzeee maar daarvan de helfte, en verbeldt op de eene zyde drie nieuwe opgerech-
te fteene vuurbaken; binnen dit omfchrift:


                                           
SUYDER-ZEESE VUURBAKENS.

Op de tegenzyde ziet men den Hollandfchen leeuw, onder het wapenfchild van Amsterdam,
binnen dit omfchrift, zynde het vervolg van 't voorige


                                           
IN HOLLANT EN WESTVRIESLANT 1701.

  II. Het tweede wordt gegeeven aan fcheepen, welken onder de vyftig laft groot zyn, en des jaar-
lyks daarvoor komende van het Wefte of Groenland dertig ftuyvers, doch van Vrankryk, Engeland
en de Ooftzee vyftien ftuyvers betaalen, en dewyl dit baakmerk, uytgezonderd zyne grootte, in
alles het eerfte gelyk is, zoo vereyfcht het geene byzondere befchryving.


Volledige omschrijving van de Suyderzeese Vuur Baken loodjes rond 1700