Terug

Begin

De geschiedenis van Enkhuizen in een notendop

De gemeente Enkhuizen omvat de woonkernen Enkhuizen, Westeinde en Oosterdijk.

Het begon allemaal rond het jaar 1000, toen groepen pioniers de West-Friese veengebieden vanuit de duinstreek en de hoge gebieden van Texel en Wieringen begonnen te ontginnen.
Uit hun simpele boerderijtjes groeiden de West-Friese dorpen en steden, waaronder Enkhuizen.
Door hun activiteiten verdween het veen, de bodem zakte, en mede door hevige stormen verdwenen hele gebieden zelfs onder water.
De Zuiderzee ontstond en Enkhuizen werd een haven- en vissersplaats, min of meer veilig achter de West-Friese Omringdijk die pas in de dertiende eeuw gesloten werd.

Enkhuizen bleef niet verschoond van oorlogsgeweld.
In de 13de eeuw werd het onafhankelijke West-Friesland veroverd door de Hollandse graaf Floris V.
Toen deze vermoord werd (1296) kwamen de West-Friezen tevergeefs in opstand.
Bij het neerslaan van die opstand werd Enkhuizen in brand gestoken.
Het is een van de eerste keren dat de naam Enkhuizen in de annalen genoemd wordt.
Overigens vochten in de 14de eeuw de West-Friezen met de Hollandse graven mee tegen de Friezen. Enkhuizen wordt dan met name genoemd als uitvalsbasis, de troepen scheepten zich in Enkhuizen in om in Friesland te gaan vechten.

Onder Graaf Willem V ontving Enkhuizen in 1355 stadsrechten, waardoor de dorpjes Enchusen en Gommerkerspel verenigd werden tot één stad.

Tijdens een zware storm in 1361 sloegen een paar aangemeerde schepen kapot op de dijk.
Dat gaf aanleiding tot de bouw van de eerste haven, de huidige Noorder- en Zuider Havendijk.
Daarna volgden er snel meer: de Rommelhaven in 1400, in 1542 de Oude Haven (nu Dijk) en in 1567 de Oosterhaven.
In de periode 1593-1619 groef men het grote havencomplex in het Zuiden van de stad: de Buyshavens en de St. Pietershaven. Ook in het noorden van de stad werden havens aangelegd.
Al met al had men voldoende plek om de vele honderden schepen een plek te geven.
De haringvloot alleen al is wel eens geschat op 300 schepen.
De hele Hollandse vloot bezat er ongeveer 500.

De ommuring van Enkhuizen was nog maar net voltooid toen door oorlogsdreiging en bevolkingsaanwas aan het einde van de 16de eeuw moest worden overgegaan tot de aanleg van nieuwe verdedigingswerk-en. De Drommedaris behoort nog tot de oude verdedigingsgordel.
De nieuwe omwalling is er ook nog: rond de oude stad ligt 'de Vest'.

Enkhuizen groeide snel in de 16de eeuw: in 1652 werden er ongeveer 25.000 inwoners geteld.
In de stad waren er talloze scheepswerven, lijnbanen en haringpakkerijen.

Een bijzondere bron van inkomsten van de stad was het Paalkistrecht.
Dat was het recht om van schepen die de Zuiderzee bevoeren, gelden te innen ten behoeve van de betonning en bebakening.
Dit privilege was door Prins Willem van Oranje van Amsterdam afgepakt en aan Enkhuizen geschonken. Enkhuizen was namelijk in 1572 de eerste stad in Holland die, zonder inmenging van buitenaf, in opstand gekomen was tegen Fillips II en zijn generaal Alva.
Amsterdam bleef toen nog jarenlang pro-Spaans.

Tot het midden van de 17de eeuw bleef Enkhuizen een zeer rijke handelsstad.
Door de haringvisserij, de handel op de Oostzeelanden, op Engeland, West-Afrika en Indië werden enorme kapitalen verdiend.
In Enkhuizen was ook één van de kamers van de VOC gevestigd.
Ook de West-Indische Compagnie was in de stad vertegenwoordigd.

Maar na 1650 ging het bergafwaarts met Enkhuizen
De totale Hollandse handel had te lijden van de felle concurrentie van vooral de Engelsen.
Een concurrentie die een aantal malen uitmondde in regelrechte oorlogen.
De economische activiteiten die er nog in Holland bestonden, concentreerden zich nu op Amsterdam, ten koste van de steden van het Noorderkwartier.

In de 18de en 19de eeuw was Enkhuizen één van de dode stadjes aan de Zuiderzee, levend van wat handel in agrarische producten en de opbrengst van het puin van de vele gesloopte huizen.

Gedurende het laatste kwart van de 19de eeuw bloeide Enkhuizen weer op.
Door de aanleg van de spoorlijn naar Amsterdam kreeg de stad goede verbindingen met de zich snel ontwikkelende Randstad.

In de regio vond een intensivering van de tuinbouw plaats. Naast de teelt van de gebruikelijke groente-zaden, ging men zich steeds meer bezighouden met de teelt van bloemzaden en bloembollen.
De verbouw van aardappels en groente nam voortdurend toe.

De afsluiting van de Zuiderzee in 1932 bracht niet de ondergang van de visserij, maar verschafte voor de paling- en snoekbaarsvissers nog lang een redelijk bestaan.

Het bevolkingsaantal nam na de Tweede Wereldoorlog zienderogen toe; voor het eerst sinds de 17de eeuw breidde de stad zich weer uit.

Verschillende grote en kleine ondernemingen kwamen tot ontwikkeling. De nu in Enkhuizen gevestigde zaadbedrijven nemen mondiaal gezien een vooraanstaande plaats in. Voorts is in de gemeente een belangrijke kunststofindustrie gevestigd.

Op toeristisch gebied vormt Enkhuizen een belangrijke trekpleister, onder andere dankzij de fraaie historische binnenstad, de aanwezigheid van het Zuiderzeemuseum en de jachthavens, die tot de drukst bezochte van Nederland behoren.

Terug

Begin