Gorinchem

Ontgrondingspenning.
Bewijs van registratie bij het steken van turf.

  

Vz: Een klimmende leeuw met op het lichaam het wapen van Oranje Nassau. Omschrift; Ontgronding Gorinchem / onderaan ingestempeld nummer.
Kz: blanco

Diameter : 77 mm. Datering 1769.
Genoemd in de "Catalogue du Cabinet numismatique de la Fondation Teyler a Harlem, A.O. van Kerkwijk" pagina 122.
Collectie Teylers Museum Haarlem inventaris nummer TMNK 02142 (N  50) / TMNK 02143 (N  96).
Schulman veiling 332, lot 1257 "Ontgrondingspenning Holland"Kz. gegraveerd cijfer 6. Tn/Pb 41.3 mm, gegoten.
Numis 1035524; klop
N  38, 78 mm, Referentie: Van Loon - Vervolg 6 - 10 (1766 - 1806) # 434, plaat XXXIX
MPO veiling 44 woensdag 26 november 2014 lot 5639, cf ordonnantie 2 december 1749, ingeslagen nummer 99.
Van Gouda, Gorinchem, Dordrecht, Rotterdam en Delft komen ook ontgrondingspenningen voor.

Turfsteken (ontgronden) en transport van turf, was in het gewest Holland streng gereguleerd. Bovendien werd op turf belasting (impost) geheven.
Halverwege de achttiende eeuw bedroeg deze belasting 4 stuivers per ton, indien de turf in Holland werd gelost, en 4 stuivers en een duit, als het doorvoer betrof.
Uit enkele van de Groot Placaatboeken van de Staten van Holland, kan min of meer opgemaakt worden hoe de turf-impost werd geheven en vooral welke maatregelen werden genomen om fraude tegen te gaan.
Voordat de turf per schip mocht worden vervoerd moest de schipper zich melden bij de Collecteur van de Impost (belastinginner).
Nadat zijn naam en woonplaats waren genoteerd, kreeg hij een Teken of Loot.
De Tonsters of Vulders die de turven laadden of losten moesten de hoeveelheid turf controleren en met de penning weer naar de belastinginner gaan.
Het lood werd door hen weer aan de collecteur overhandigd, met opgave van de juiste hoeveelheid turf.

In een lood dat in een scheepswrak in de voormalige Zuiderzee is aangetroffen, is het cijfer 100 geklopt.
Dit zal geen betrekking hebben op de omvang van de lading turf, want volgens de tolboeken van de Goudse tol te Haarlem (één van de weinige sluizen die de turfschipper op weg naar de Zuiderzee mocht passeren), hadden de kleine schepen 500 en de grootste 700 tonnen turf aan boord.
Het was mogelijk het honderdste loodje wat dat jaar was uitgegeven.
Maar daarmee is nog niet verklaard hoe het loodje in een schip op de Zuiderzee terecht is gekomen.
Het loodje moest immers weer aan de belastingontvanger teruggegeven worden, waarna de schipper de vereiste impost in rekening werd gebracht.
(Plackaatboek VII, 1883).