Leiden


Vergroot de kaart door er op te klikken

Armenpenning Barbaragasthuis

De oudste armenpenning van Leiden welke 'De Bakkerij' bezit wordt toegeschreven aan het Barbaragasthuis.
Voorzijde: Maria met het kindje Christus op een maansikkel binnen een krans van vlammen of mandorla.
Keerzijde: de Heilige Barbara opgesloten in haar toren.
Datering vermoedelijk 15e of 16e eeuw.
De afbeelding van bovenstaande penning is ook gebruikt op pagina 25 in het boek "Zeven eeuwen Hooglandse Kerk" (link)

In 1428 betrekken de Huiszittenmeesters van de Sint-Pancrasparochie het reeds bestaande RK Barbaragasthuis, een gebouwencomplex tussen de Haarlemmerstraat en de Oude Rijn. De Huiszittenmeesters zorgden ervoor dat vanuit het Huis Sittenhuis de huissittende (= thuiswonende) armen bedeeld werden, dit in tegenstelling tot de armen die in het Armenhuis zaten. Zij zorgden in elke parochie voor de thuiswonende (huiszittende) armen.
In het pand slaan zij graan, turf, wol, hout en vlees op en zij bouwden er aan de kant van de Haarlemmerstraat een kapel bij, gewijd aan Sint Barbara.
Elke zondag werd er de aalmoespot gekookt, waaruit de armen gratis een portie konden krijgen. Het huis krijgt zo de bijnaam "De Minnepot".
Ruim een eeuw later fuseren de drie Huiszittenhuizen in Leiden tot n huis, De Minnepot aan de Oude Rijn (1577).
In 1582 ging het Huiszittenhuis samen met de na Leidens ontzet (1574) opgerichte Hervormde Diaconie.
Zo ontstaat er een algemene instelling voor armenzorg, aangesteld door kerk n stadsbestuur.
In de 17e eeuw bouwen zij een eigen Armenbakkerij. Tegen inlevering van de broodpenning die men krijgt na het bijwonen van de kerkdienst in de armenkerk =
de Bethlehemskerk, kan men op de Oude Rijn brood halen. Daarnaast worden vanuit de Goemoerskamer kraampakketten uitgedeeld aan "behoeftige kraamvrouwen".
In 1755, een jaar na het bouwen van de graanpakhuizen bestemd voor de opslag van het graan voor de bakkerij, trekt het stadsbestuur zich terug uit de Armenbakkerij.
Uit de broodregisters blijkt dat er niet alleen gebakken werd voor de Diaconie-armen, maar ook voor de armen van andere kerken, voor weeshuizen en bejaardenhuizen.
Omstreeks 1930 houdt de diaconale Armenbakkerij op te bestaan.
Bron: De Bakkerij Leiden.


 



Armenpenning van Leiden

Voorzijde : Het gekroonde stadswapen van Leiden, twee gekruiste sleutels, door twee leeuwen gedragen.
Onderaan een compartiment om het bedelingsnummer in te slaan. Door gladde rand omgeven.
Keerzijde : De ineengestrengelde letters " HS " (Huis Sittenhuis),door een platte rand omgeven.
Diameter : 40 mm
Referentie: L. Minard van Hoorebeke nr. 312.
Minard geeft de volgende (onjuiste) omschrijving voor de keerzijde:
Een lettermerk van het Christelijk geloof, de ineengestrengelde letters " IHS " (in hoc signo), door een platte rand omgeven.




Avondsmaalpenning van de Waalse gemeente uit 1648
2x

Op de voorzijde een afbeelding van een veld met lelietjes van dalen en doornen (slecht zichtbaar).
Op de keerzijde een franse lelie tussen de cijfers "4" en "8".

Afmeting 16 x 2 mm, lood. Museum De Lakenhal inventarisnummer: 887


Buurtpenning van Pryly 1659

De penning is rond geslagen met aan de voorzijde een voorstelling van een staande koevoet met links het opschrift
"ANNO" en rechts "1659" er omheen tussen parelranden het omschrift: "TGRAEFSCHAP VAN PRYLY * ".
Afmeting 36 x 2 mm, lood. Museum De Lakenhal inventarisnummer: 36


Turf- of Armenpenning van Leiden
      
Voorzijde : Op een vierkant veld in twee afsnijdingen, waarvan in het midden het stadswapen van Leiden,
twee gekruiste sleutels, waarboven " LEYDEN ", en daaronder " IN HOLLAND ".
Keerzijde : In het veld een ruitvormige figuur waarin als lettermerk de ineengestrengelde letters " HS " (Huis Sittenhuis), 
                   daaronder het jaartal " 1809 ". In een vierkante omlijsting: " GOED VOOR / EEN / TON TURF ".
Zowel voor- als keerzijde omgeven met een plat bandje.
Diameter : 29 mm
Referentie: L. Minard van Hoorebeke nr. 313; Nahuys plaat X, 70; van Orden -,
Veiling 269 Jacques Schulman 27-09-1979, lot 2615;
Veiling 21 Karel de Geus lot nr. 1772.
Prijslijst A.G. v.d. Dussen januari 1981 nummer 320;
veiling Rietdijk 369 nummer 1304 (+ afb.).
MPO veiling 19-05-2011 kavel 5933 (afgebeelde exemplaar) colPLE01.
MPO veiling 40 november 2013 kavel 5782.
Afbeelding in 'Goed Gevonden' pagina 83
Minard geeft de volgende (onjuiste) omschrijving voor de keerzijde:
In het veld een ruitvormige figuur waarin een lettermerk van het Christelijk geloof, de ineengestrengelde letters " IHS " (in hoc signo), daaronder het jaartal " 1809 ".
Zie voor een korte geschiedenis van het
Huis Sittenhuis de bovenstaande tekst


Armenloodje / Turfloodje

Armenloodje met op de voorzijde centraal het stadswapen van Leiden en het rondschrift: "LEYDEN IN HOLLANT".
Op de keerzijde binnen een gekartelde ring de letter L en er omheen het rondschrift: "ARM TURF LOOD 1717". 

Afmeting 25 x 2 mm, Museum De Lakenhal inventarisnummer: 769, met letter " i " 3948
De
letter "B", Datering 18e  eeuw. Afmeting 25 x 2 mm, museum De Lakenhal inventarisnummer: 768
Laurens Schulman prijslijst 13 nr 3785, lood, 26 mm.
Minard --
Exemplaar met de letter D op Bodemvondstenwereld.nl

Vierkant turfloodje

Op de voorzijde de Leidse sleutels met er omheen het rondschrift: "LEYDEN IN HOLLANT 1766".
Op de keerzijde binnen een gekartelde ring de letter D met er omheen het rondschrift: "ARM TURF LOOD 1717". 

Afmeting 27 x 27 x 2 mm
Museum De Lakenhal inventarisnummer: 771, met de letter "H" nr. 770 (datering 1766?)


Turfpenning

De letters B stadswapen G, waaronder 1689.
Diameter 45 mm. Bodemvondstenwereld 37055
Een ander exemplaar op Bodemvondstenwereld 26947 en een halve 60949


Broodpenning van de Armenkerk aan de Lammermarkt

Voorzijde : Meestal de letter B , maar deze loodjes komen ook voor met de letters A , C en D .
                   Hieronder het jaartal 1777. Waar de letters voor staan is niet bekend, vermoedelijk voor de wijk waarin de arme woonde.

Keerzijde : De ineengestrengelde letters " HS " (Huis Sittenhuis),door een dubbele rand omgeven.

Na het bijwonen van de kerkdienst in de Bethlehemkerk (Armenkerk) aan de Lammermarkt kregen de armen van Leiden van de Diaconie deze broodpenning.
Daarmee konden zij brood halen in de Armenbakkerij aan de Oud Rijn.
Veiling 55 Coin Investment lot nr. 172.
Schulman veiling 343 no 1842, twee stuks in een lijst gemonteerd
Letter B, drie kantig afmeting 23 x 25 x 2 mm, lood. Museum De Lakenhal inventarisnummer: 776
Zie voor een korte geschiedenis van het
Huis Sittenhuis de bovenstaande tekst
In april 2002 overhandigden Rinny Kooi en Henritte van den Broek namens de Gezamenlijke Diaconien een Broodpenning aan het Rijksmuseum Koninklijk Penningkabinet.
Voor het blad
Diaconie-Bericht. Nieuws uit De Bakkerij, Augustus 2002, nr 21 (Gezamelijke Diaconien. Hervormde Gereformeerde Kerk, Leiden) schreef Bouke van der Veen dit artikel.
Een verkorte uitgave staat hier.



Onderstandspenning van de Waalse Gemeente te Leiden
 

Voorzijde : In een vaart een trekschuit met toebehoren, bovenaan een stralende zon, onderaan op de kant van de wal " 1758 ", door een gepareld randje omsloten.
Keerzijde : Twee gekruiste sleutels met ter weerszijden " P - W " (Pauvres Wallons).
Met deze penning konden de arme leden van de gemeente dienst doen op de, op verschillende plaatsen varende, schuiten welke de Waalse Gemeente bezat.
Diameter : 33 mm
Referentie: L. Minard van Hoorebeke nr. 317.
Veiling 26 (19-20 november april 2001), L. Schulman lot 2154 zilver gegoten 32 mm, 2155 koper 33,5 mm en 2156 lood 33 mm.
Veiling 32
(26-05-2010) Mnzen & Medaillen GmbH (DE), lot 1052
MPO veiling 48 25-11-2015 lot #8019 twee exemplaren van 35 mm met de opmerking "met insnijdingen (ontwaarding?)".
Museum De Lakenhal inventarisnummer:
9034, 786-1, 786-3
Museum De Lakenhal Bronzen afslag, inventarisnummer:
787 en een vergulde 788

Turfloodje van de Waalse diaconie met op de voorzijde Leidse sleutels met links de letter "P" en links de letter "W".
Op de keerzijde een turfschip en zon met stralen en op de afsnede de datum 1758.



Onderstandspenning van de Waalse Gemeente te Leiden
 

Turfloodje van de Waalse diaconie geslagen uit lood.
Op de voorzijde is binnen een parelrand een afbeelding van een turfhuisje afgebeeld. Onder de afbeelding op de afsnede het jaartal "1758".
Op de keerzijde zijn binnen een parelrand de Leidse sleutels afgebeeld met aan weerszijden de letters: "P W".
Volgens L. Minard van Hoorebeke nr. 318;
Voorzijde : Toevluchtshuis voor de behoeftigen van deze Gemeente. Onder deze afbeelding het jaartal " 1758 ".
Het geheel omgeven door een parelrandje.
Keerzijde : Twee gekruiste sleutels met ter weerszijden " P - W ", (Pauvres Wallons)
(met aan de bovenzijde het nummer van de bedeelde (vb Minard " 97 ")); ik ken ze echter alleen met nummer 97.
Tegen afgifte van deze penning konden de arme leden van de gemeente onderdak krijgen.
Diameter : 33 mm
Referentie: Dirks Rep. III, 1326; Dirks Gildepenningen II p. 275 ev.
Collectie Teylers Museum Haarlem TMNK 02048
Prijslijst A.G. v.d. Dussen januari 1981 nummer 320.
Exemplaar uit de prijslijst van Schulman B,V.02-2011,
Tin 34.5 mm, Laurens Schulman prijslijst 13 nr 3784, lood, 34 mm, stukje van rand gebroken.
Schulman veiling 343 no 1841. MPO veiling 40 november 2013 kavel 5781. 

Museum De Lakenhal inventarisnummer: 781-2, 782, ook bezit het museum een verguld exemplaar 783
MPO veiling 44 woensdag 26 november 2014 lot 5648, collectie Nico Arkesteijn nu colPLE12.


Loodje van de Waalse Diaconie te Leiden

Collectie Museum de Lakenhal, inv.nr. 790.1
Diameter 3 cm; 14,1 gram.
In de collectie van het museum bevind zich ook nog een afgietsel van gips, inv.nr 790.2


Avondmaalsloodje van de Lutherse gemeente

Voorzijde binnen een ring het opschrift: "TESSERA COMMVNICAT ECCL AVGVSTA CONFESSIONIS QVAE ESTLUGD BATAVORVM 1628".
Keerzijde: Binnen een parelrand Christus tussen zeven kandelabers die verschijnt aan de voorovergebogen Johannes (Laatste Oordeel) met daaromheen binnen de parelrand het omschrift: "SIGI.
LUTH. ECCL. LUGD".
Diameter 35 mm, gewicht 20,5 gram
Museum De Lakenhal inventarisnummer: 891-1




Armenloodje van het rooms katholieke armenbestuur

Achtkantig armenloodje van het roomskatholieke armenbestuur geslagen uit lood. Aan de bovenzijde zitten drie gaten.
Op de voorzijde is binnen een parelrand het gekroonde stadswapen van Leiden afgebeeld gehouden door twee staande leeuwen. Onder het wapen lofwerk.
Op de keerzijde binnen een dubbele parelrand de letters: "RCA". Hier onder is het jaartal "1841" geslagen over het oorspronkelijke jaartal "1823".
Boven bij de drie gaten een versiering met lofwerk. Tussen de parelranden staat: "1 T".
Afmetingen 30 x 30 x 2 mm, gewicht 9.8 gr.
Museum De Lakenhal inventarisnummer: 792.1, 792.2



Armenloodje van geslagen lood, mogelijk een visloodje.
Op de voorzijde staat het wapen van Leiden, afgebeeld als een gekroond schild met daarin twee gekruiste sleutels, vastgehouden voor twee leeuwen.
De keerzijde is blanco. Afmeting 35 x 3 mm, gewicht 28,8 gram.
Museum De Lakenhal inventarisnummer: 5738.1 en 5738.2


Koperen Stadsoord of Noodmunt van het "Sinte Catherina Gasthuis" te Leiden
   
Voorzijde :  In het midden van het veld het wapen van de stad waarboven het jaartal " 1573 " en rondom tussen een effen en
                    gekarteld randje het omschrift " +GEDENCT DEN ARMEN stadswapen".
Keerzijde:   In het veld een gekroond rad, rondom bezet met zes zeisen, het wapen van Sint Catharina.
Op 17 augustus 1573 verleent Willem van Oranje toestemming tot het slaan van een oord of kwart stuiver ten behoeve van het Sint Catharina gasthuis.
Dit was tijdens het beleg door de Spanjaarden onder Valdez. Door de heersende onrust en het toenemende aantal vluchtelingen rond 1570 komt het Leidse Sint Catherina gasthuis in een benarde positie. Het gasthuis was overvol patinten; er waren bij lange na niet genoeg middelen om alle zieken, gewonden, wezen en behoeftigen van een goede zorg te voorzien.
Om de nood te ledigen kreeg het gasthuis, op verzoek van het stadsbestuur van leiden, toestemming van de staten van Holland om koperen oorden of kwart stuivers uit te geven ten behoeve van de armen. Er was wel de voorwaarde aan verbonden dat de munten alleen binnen de stad in omloop werden gebracht. Er was een machtiging verleend om voor 1000 gulden aan oorden te slaan, wat overeenkomt met 80.000 munstukken. Of deze ook allemaal zijn aangemaakt is onbekend.
Volgens de resolutie van de Staten van 21 februari 1575 kreeg het Gasthuis de inkomsten van het Sinte Agnete-Klooster om de pestzieken die door gebrek ontstonden, te kunnen onderhouden.
Diameter : 22 mm
Referentie: L. Minard van Hoorebeke nr. 319; PW blz. 206; Van Gelder 50A; CNM.2.32.1.; Maill. 71.1; vL. I 181; PW. 1
In Stedelijk Museum De Lakenhal bevinden zich de stempels inventaris nummers 705.1, 705.2, 705.3 en 706 en gipsen afslagen inventaris nummers 708, 708.1 en 708.2
In het Jaarboek voor Munt- en Penningkunde nr. 58-59 (1971-1972), pagina's 152 - 158, plaatst E.J.A. van Beek
'Enige opmerkingen over de Leidse munten van 1573 en 1574', het gedeelte over deze penning staat hier weergegeven.
NMB prijslijst 40 december 1989 nr 298
Veiling 58 Coin Investment lot nr. 149 variant met jaartal in spiegelschrift 3751.
Schulman Veiling 23 15-11-1999 lot 341.
Nederlandse Postzegel en Muntenveiling 3 december 2011 kavel 36 (ook jaartal in spiegelschrift, Cnm.2.32.7).
NPV 24-11-2012 kavel 445
Op het Muntenbodemvondsten forum wordt dit exemplaar vermeld.
MPO veiling 36 kavels 813 en 814,
colPLE10 + colPLE11.
Schulman veiling 347 lot 302.


Avondmaalspenning Lutherse Gemeente

In 1663 kwamen er in de Leidse lutherse gemeente koperen avondmaalsloodjes in gebruik.
Voorzijde: het beeld van Christus tussen de kandelaren met als randschrift: Ego sum A et O, Primus et Novissmus (ik ben de Alfa en de Omega, de eerste en de laatste).
Keerzijde: Testm. Communic. Eccl. Augustan. Confessionis, Quae Est Lugd. Batavorum 1663
(Bewijs van toegang tot het avondmaal in de kerk der Augsburgse geloofsbelijdenis die in Leiden bestaat, 1663).
Loodje nog niet terug gevonden
op het moment dat het boek uitkwam. D&B 89.
AK: afbeelding gevonden in eigen archief. Omschrijving: LEIDEN. 1628 Evangelische Luterse Gemeente Avondmaalsloodje 30 mm
Laurens Schulman prijslijst 13 nr 3783, lood, 27 mm. Vz tekst; "Herder ontfermt zich over bedelaar", Kz: 7-regelige tekst.


Avondmaalspenning Lutherse Gemeente

Voorzijde: kandelaar op een wereldbol.
Het syboliseert Christus die zegt: "Ik ben het licht der wereld".
Keerzijde: zwaan tussen 17 01.
Lood, 30 mm, 1701.
D&B 90. 
Jaarboek Munten en Penningen 1987 blz. 610, hier ten onrechte aan Rotterdam toegeschreven.
Van deze penning is ook de gietmal nog bewaard.



Armenpenningen van Leiden
De letters op armenpenningen hebben geen betrekking op producten die men voor het loodje kon krijgen. In het geval van Leiden gaat het eerder om een wijk-indeling.
Geen indeling van de Leidse overheid, maar een eigen indeling van de uitgevende instantie, dus het Huis Sitten Huis is zeer waarschijnlijk.
De letters op de loden slaan op de bonnen, een soort wijken, die de kerk en later Armenzorg had gedefinieerd.

Gevonden bij Koudekerk aan de Rijn / Rijnwoude.
Dit vierkante loodje is de voorloper van onderstaande loodjes.
Betekenis Gotische letter "
C " onbekend.
Afmeting 22 x 23 mm.
colPLE02, Numis 1037167

Letter " ", Numis 1056678
Gevonden op het strand van Noordwijk.
Betekenis Gotische letter "
r " onbekend.
25 mm. 
colPLE03, Numis 1037168
Afbeeldingen uit "Dwars door de stad, Archeologische en bouwhistorische ontdekkingen in Leiden".
Pagina 72, afb. 93: Voor- en keerzijde van twee armenloodjes. 
Armenloodjes werden in de 18e eeuw verstrekt door liefdadigheidsinstellingen. 
Armen konden tegen inlevering van deze loodjes bepaalde goederen (brood?) krijgen. 
25 mm, grotere afbeelding op Bodemvondstenwereld.nl .
Afbeeldingen uit "Dwars door de stad, Archeologische en bouwhistorische ontdekkingen in Leiden".
Pagina 72, afb. 93: Voor- en keerzijde van twee armenloodjes.
Armenloodjes werden in de 18e eeuw verstrekt door liefdadigheidsinstellingen. 
Armen konden tegen inlevering van deze loodjes bepaalde goederen krijgen.
Gevonden door Robbert-Jan Boon op een weiland bij Leiden.
24 mm, 5,2 gram.
  Letter D met punt (centreerpunt van de gietmal)
Gevonden in Leidschendam.
17 mm, colLeid14
25 mm, grotere afbeelding op Bodemvondstenwereld.nl .
Letter L of cijfer 4?
24 mm, grotere afbeelding op Muntenbodemvondsten
Opmerkelijk dat deze penning een cijfer i.p.v. een letter draagt.
De "2" staat tussen punten.
21 mm; 4,0 gram
Opmerkelijk dat deze penning op beide zijden een letter heeft namelijk een G en een C
Gebruik in twee wijken?
Letter "D" 17 mm, letter D met punt er in, Numis 1037659
  15 mm, Vondsten.nl
18 mm, grotere afbeelding op Bodemvondstenwereld.nl
17 mm; 4,27 gram, Numis 1114116
  17 mm, grotere afbeelding op Bodemvondstenwereld.nl
17 mm; 2,72 gram, Numis 1114115
18 mm; 3,6 gram
19 mm; 4,0 gram
Letter "C" 18 mm
colLeid13
19 mm; 4,5 gram
  18 mm, grotere afbeelding op Muntenbodemvondsten.nl 
 
colPLE04.
Letter "A", gevonden te Leiderdorp,
Numis 1060231
19 mm; 4,8 gram
 
colPLE08
Letter "A" 18 mm. Bodemvondstenwereld
18 mm; 4,4 gram
 
colPLE09
 Letter "E" 17 - 18 mm, doorboord. Bodemvondstenwereld
17 mm; 2,1 gram
Bodemvondstenwereld
Letter "E"
Op 19-10-2000 gevonden op "Den Achterweck" in Hazerswoude-Dorp.  
colPLE05



Armenpenning van Leiden?

Voorzijde: gekroond wapen met sleutels, versie of letters in het veld.
Keerzijde: dubbelkoppige adelaar in achthoek.
23 x 28 mm. Gevonden in Koudekerke a/d Rijn - Rijnwoude,
colPLE07.
Pelsdonk 01.15, afbeelding 051. Volgens Numis Pelsdonk P06; Pelsdonk P10n7 (?)



Armenpenning van Leiden?

Enkelzijdig: twee gekruiste sleutels.
19 mm en 5,37 gram. Gevonden in de buurt van Leiden
. Bron Bodemvondstenwereld.


Armenpenning van Leiden?
2x
Enkelzijdig? stadswapen van leiden.
15 mm en 5,75 gram. Gevonden in een weiland bij Leiden
.


Vroonloden van Leiden
 
Op de voorzijde staat het Leidse wapen tussen twee staande leeuwen met opschrift: ". STADS VROONWATEREN ."
Op de keerzijde staat SCHAKE/LAARS met ingeslagen cijfer "VIII", diameter 38mm.
Op de keerzijde staat SCHAKE/LAARS met ingeslagen cijfer "XII", diameter 37mm. Veiling 21 Laurens Schulman lot 1691
De penning is een vergunning om in de Vroonwateren van Leiden met schakelnetten te mogen vissen.
Het ingeslagen cijfer betreft waarschijnlijk de eigenaar. 
(Een schakelnet is een net met drie lagen dat verticaal in het water wordt uitgezet. De mazen van de binnenlaag zijn fijner dan de buitenlagen.)
Bron: Bodemvondstenwereld


Vroonlood voor het vissen met vlouwers. 
Op de achterzijden staat VLOUWERS. O
p deze achterzijde is het cijfer "VIII" ingeslagen,
diameter 38mm.
Cijfer
XXX / XXI
 colPLE06
(Een vlouwer is een dwars op de rivier geplaatst staande net.)

Bron: Bodemvondstenwereld


In het Stedelijk museum De Lakenhal te Leiden bevinden zich diverse loodjes en aanverwante voorwerpen welke met de visserij op de vroonwateren te maken hebben.
Onderstaand volgt een inventarisatie van deze voorwerpen.

Inv. nr.

Omschrijving voorwerp:

591

voor personen, die vergunning hadden in de Vroonwateren te vissen. Met het wapen van Leiden gehouden door twee leeuwen en het omschrift " STADS-VROONWATEREN ". Afkomstig van de stadswerf.

592

Loodje Stadsvroonwateren, 1862, peervormig 63 x 38 mm

593

Loodje Stadsvroonwateren, 1862, vierkant 39 x 40 mm. Kz. " 79 ".

594.1-4

Loodje Stadsvroonwateren / zegenaars. Extensie: 594-1, 594-2, 594-3, 594-4.

595

IJzeren nijptang om loden penningen te slaan voor de opzichters van de vroonwateren.
Aan de ene zijde het wapen van Leiden; aan de andere zijde het tweeregelig inschrift:" O.D.B.E.V. / D.W.T.L. ".

596-1

Visserijloodje voor vroonwateren geslagen op stempel 595, 40 mm.

596-2

Visserijloodje voor vroonwateren geslagen op stempel 595, 40 mm.

597-1

Loodje met wapen Leiden en Stads Vroonwateren, 1862, 60 x 39 mm 

597-2

Loodje met wapen Leiden en Stads Vroonwateren, 1862, 65 x 39 mm

597-3

Loodje met wapen Leiden en Stads Vroonwateren, 1862, 45 x 42 mm 

597-4

Loodje met wapen Leiden en Stads Vroonwateren, 1861, 38 x 38 mm

597-5

Loodje met wapen Leiden en Stads Vroonwateren, 1861, 40 x 40 mm 

597-6

Loodje met wapen Leiden en Stads Vroonwateren, 1861, 39 x 38 mm

597-7

Loodje met wapen Leiden en Stads Vroonwateren, 1861, 38 x 38 mm 

597-8

Loodje met wapen Leiden en Stads Vroonwateren, 1861, 39 x 39 mm

597-9

Loodje met wapen Leiden en Stads Vroonwateren, Keerzijde cijfer "10". 1861, 39 x 39 mm

598

IJzeren stempel gediend hebbende tot het slaan van loden penningen voor personen, die vergunning hadden om in de Vroonwateren te vissen met schakels.
Als voorzijde gebruikte men stempel nr. 591 (het wapen van Leiden gehouden door twee leeuwen; omschrift " STADS-VROONWATEREN ".
Diameter 37 mm. Keerzijde het opschrift: " SCHAKE / LAARS ".

599

Er zouden in de collectie van het museum twee exemplaren aanwezig moeten zijn. In 1992 is er slechts n exemplaar aangetroffen.

599C

Lot nummer 1691 uit L. Schulman veiling 21, ingeslagen nummer XII

600

IJzeren stempel gediend hebbende tot het slaan van loden penningen voor personen, die vergunning hadden om in de Vroonwateren te vissen met dobberaars.
Als voorzijde gebruikte men stempel nr. 591, het wapen van Leiden gehouden door twee leeuwen; omschrift " STADS-VROONWATEREN ".
Diameter 37 mm. Keerzijde het opschrift: " DOBB / RAARS ".

601.1-8

Er zijn acht exemplaren in de museum collectie aanwezig, 601-1, 601-2, 601-3, 601-4, 601-5, 601-6, 601-7, 601-8.

602

IJzeren stempel gediend hebbende tot het slaan van loden penningen voor personen, die vergunning hadden om in de Vroonwateren te vissen met vlouwers.
Als voorzijde gebruikte men stempel nr. 591, het wapen van Leiden gehouden door twee leeuwen; omschrift " STADS-VROONWATEREN ".
Diameter 37 mm. Keerzijde het opschrift: " VLOUWERS ".

603.1-6

Er zijn zes exemplaren in de museum collectie aanwezig, 603-1, 603-2, 603-3, 603-4, 603-5, 603-6.

604

IJzeren stempel gediend hebbende tot het slaan van loden penningen voor personen, die vergunning hadden om in de Vroonwateren te vissen.
Als voorzijde gebruikte men stempel nr. 591 (het wapen van Leiden gehouden door twee leeuwen en het omschrift " STADS - VROONWATEREN ".
Diameter 37 mm. Keerzijde het opschrift: " ZEGENAARS ".

605.1-28

Er zijn 28 exemplaren in de museum collectie aanwezig. 605-1 - 605-28

606

IJzeren stempel gediend hebbende tot het slaan van loden penningen voor personen, die vergunning hadden om in de Vroonwateren te vissen met fuiken.
Als voorzijde gebruikte men stempel nr. 591 (het wapen van Leiden gehouden door twee leeuwen en het omschrift " STADS-VROONWATEREN ".
Diameter37 mm. Keerzijde het opschrift: " FUIKERS ".

607.1-4

Er zijn vier exemplaren in de museum collectie aanwezig; 607-1, 607-2, 607-3, 607-4.

608

IJzeren stempel gediend hebbende tot het slaan van loden penningen voor personen, die vergunning hadden om in de Vroonwateren te vissen.
Als voorzijde gebruikte men stempel nr. 591 (het wapen van Leiden gehouden door twee leeuwen en het omschrift " STADS - VROONWATEREN ".
Diameter 36 mm. Keerzijde het opschrift: " PLEMPERS XXXX III ".

609.1-2

Er zijn 2 (beschadigde) exemplaren in de museum collectie aanwezig, 609-1, 609-2, met een diameter van 38 en 39 mm.

610

Geelkoperen bus met deksel en hangslot welke gediend heeft voor het inzamelen van de bijdragen voor de vergunning tot vissen in de Vroonwateren.

611

Linnen zak met schuif, waardoor een band geregen is, gebruikt voor visloodjes. Aan weerszijden het opschrift: " CORN. VAN VREEDE. ".

612.1-4

Vier linnen zakjes gebruikt voor visloodjes, 612-1, 612-2, 612-3, 612-4

612-1

Op de ene zijde 600/AB, op de keerzijde: " A.P.J. Drabbe "
612-2 Als voren met het merk: " HWZ ".
612-3 Als voren met het opschrift: " DOBBER ".

612-4

Als voren met het opschrift: " ZEGENS ".

613-1
613-2

Ronde koperen penning waarin gegraveerd M.P. (Marepoort of Morschpoort). Deze penningen werden gedragen door agenten belast met het toezicht op de visserij in de stadssingels. Diameter 40 mm.

614-1
614-2

Ronde koperen penning waarin gegraveerd Z.P. (Zijlpoort). Deze penningen werden gedragen door agenten belast met het toezicht op de visserij in de stadssingels.
Diameter 40 mm.

615.1-4

Ronde koperen penning waarin gegraveerd H.W. (Hogewoerdspoort). Deze penningen werden gedragen door agenten belast met het toezicht op de visserij in de stadssingels. Diameter 40 mm. 615-1, 615-2, 615-3, 615-4

616

Ronde koperen penning waarin gegraveerd W P (Witte poort). Deze penning werd gedragen door agenten belast met het toezicht op de visserij in de stadssingels.
Diameter 40 mm.

617

Ronde koperen penning waarin gegraveerd H P (HerenPoort). Deze penning werd gedragen door agenten belast met het toezicht op de visserij in de stadssingels.
Diameter 40 mm.



Penning voor een emmer duinwater.
 
Zinken penning uit 1877 welke recht gaf op een emmer duinwater. Afmeting 35 x 1 mm, gewicht 4,5 gram.
In de collectie van Museum de Lakenhal bevinden zich 26 van deze penningen: 758.1, 758.2, 758.3, 758.4, 758.5, 758.6, 758.7, 758.8, 758.9, 758.10 t.m. 758.26.
MPO veiling 48 25-11-2015 lot #
8020; Leiden 1877 - Eenzijdige penning (prijs 1 ct) voor n emmer duinwater (zie loodjes.nl / lakenhal.nl)
Vz. Gekruiste sleutels tussen S - L - zink 35 mm


Vroonlood

Loodje met drie ineengestrengelde vissen (1433 - 1852). Dit was een soort visakte.
Vissers in de buurt van Haarlem moesten rechten betalen aan de graaf van Leiden om te mogen vissen.
De loodjes werden vaak op de boot gespijkerd.
Referentie: Zuiderzeemuseum cat. nr. 22295.
Wat "oude" informatie over Vroonloden uit Westerheem 1966 en 1967.




 
Ook van de stad Leiden komen loodjes voor waarvan de ware betekenis tot op heden nog niet bekend is.
Het lijkt mij onwaarschijnlijk dat dit armengeld is omdat Leiden al een andere vorm van
armengeld kende en er geen waarde o.i.d. op de loodjes staat.
Waarschijnlijker lijkt mij dat dit een vorm van bakengeld is voor de bebakening in en rond het
Cager Meer.
Op het eiland "Lisserbroeck", een vrij groot schiereiland in het "Leytsche Meer" stond een baken wat voor Leiden zeer belangrijk was, namelijk "De Tonne" (
detail).
Het wapen van Leiden is afgebeeld op een nzijdig, rechthoekig geknipt loodje met soms afgeschuinde hoeken. Daaronder is een jaartal ingeslagen.

Deze heb ik opgenomen bij de bakenloodjes : Type HL


Loden afslag van een penning op Vredenburgh

Voorzijde een afbeelding van een toren met een poort met het omschrift; "VREDENBURGH".
De keerzijde is vlak en blanco. Diameter 35 mm, 23,4 gram.
Museum De Lakenhal inventarisnummer: 7570



Museum De Lakenhal inventarisnummers: 128.1, 128.2, 128.3, 128.4 met de volgende omschrijving:
Compositiepenning van een legering van tin en lood.
De penning is rond met aan de bovenkant een gat en binnen een ring het stadswapen van Leiden met daaronder "M.S." "No." en ingeslagen nummers "77, 145, 147 of 160".
De keerzijde is vlak.
Volgens mij zijn dit brandspuitpenning voor  de Motor Spuit



Dit zilveren plaatje is gevonden bij Leiden.
3x
Breed 6 mm, lang 15 mm en dik 0,5mm.
Op Bodemvondstenwereld is plaatje gedetermineerd als zijnde een zilveren keuringslood van de Staalmeesters van Leiden.
In de collectie van Museum Rotterdam bevindt zich een exemplaar uit de collectie W. van Rede met nummer "4"
.

Van deze "plaatjes" met de Leidse sleutels bestaan twee complete sets in De Lakenhal die per set volledig qua massa (gewicht) met elkaar in verband staan;
het gaat dus niet zozeer om "loodjes" maar om gewichten, maar dan niet voor de Staalmeesters (h
oe wil je wol keuren als Staalmeester met zo'n klein gewichtje....?)

De hierbij afgebeelde foto's zijn niet compleet, er bestaat nog een set van dergelijke gewichtjes met daarbij ook een ponsoen van een muntgewichtmaker.
Met dank aan Bouke-Jan van der Veen.



Kerkelijke penning m.b.t. Leiden?

Voorzijde: twee gekruiste sleutels kruis en achterzijde gekruiste sleutels.
Keerzijde: Taukruis van de Antonieten (?)
Diameter 12 mm. Gevonden in de omgeving van Eindhoven.



Onderstaande loodjes zijn gevonden in Leiden maar (nog) niet aan Leiden toe te schrijven:

Enkelzijdige loden penning van 21,4 mm met als opschrift "1544/CERARI/S.CESA/RIS+" (met retrograde s'en).
Schulman veiling 338, lot nr. 1524

Loden penning van 23 mm met de tekst:
Vz: " +++/GODT+LA/TET+WEL+/AEN+/+5(9)+ "
Kz: " +OP/DIE+PAE/IS+IST+GH/EDAEN/+++ "
Schulman veiling 338, lot nr. 1525

In 1994 is de spoortunnel aangelegd in Rotterdam.
Uit de opgravingen van het BOOR kwam een vergelijkbaar exemplaar tevoorschijn.
De tekst is door Bouke Jan van der Veen als volgt gelezen:

Vz. +++ /+GODT LA / TET VVEL / GAEN / +56+ (God laat het goed gaan)
Kz. +OP+ / DIE x  DAE / IS + IST + GH / EDAEN / +++ (Op die dag is het gedaan)



Leidse Vroedschapspenningen
Onderstaande heeft geen betrekking op loodjes, maar vind ik wel vermeldenswaardig;
In het JMPK uit 1912, blz. 60 staat het volgende vermeld onder de Leidse Penningen:
De bekende zilveren vroedschapspenningen o.a. afgebeeld in Van Loon op 1574 zijn van de munt te Enkhuizen.
Zoo werd 29 Mei 1667 uitbetaald "aan David Hagenet, muntmeester te Enkhuizen 1344 gulden 10 stuivers in voldoening van 1500 vroedschapspenningen bij denselve aan de stad geleverd".



Andere Leidse armenpenningen van de site www.duiten.nl:

De omgeving van het huidige Leiden is al in de Romeinse tijd bewoond geweest. Aan de kust ter hoogte van Leiden heeft het Romeinse fort de "Brittenburg" gelegen en ook de naam Lugdunum Batavorum komt al vroeg voor. Batavorum werd aan Lugdunum toegevoegd om het te onderscheiden van Lugdunum (Lyon) in Frankrijk. Het huidige Leiden is ontstaan uit een drietal gehuchten waarbij de graven van Holland in de 11e eeuw een burcht bouwden, gevolgd
door de Pieterskerk (1121). De kerk werd door de Utrechtse bisschop Godewald gewijd aan Sint Petrus. Zijn sleutels werden in het stadswapen
opgenomen (vandaar de naam "sleutelstad"). Leiden kreeg volledige stadsrechten in 1266 van graaf Floris V. De stad is mogelijk n van de oudste muntplaatsen van de graven van Holland. De penningen met de tekst LEITHERICBURGH worden toegeschreven aan Floris I (1049-1061) met als
mogelijke muntplaats Leiden1.

In 1572 koos Leiden de zijde der opstandelingen tegen Spanje, waarna 2 maal een belegering volgde. Op 3 oktober 1574 werd Leiden definitief ontzet door de watergeus Louis de Boisot. Dit feit wordt nog jaarlijks gevierd met hutspot en haring met wittebrood. Binnen de stad Leiden was het Sinte Catharina gasthuis gevestigd. Het was van doorgangshuis voor arme vreemdelingen, bedelmonniken enz. een verpleeghuis voor de zieke armen van de stad Leiden geworden. Aan het gasthuis waren een kerk, pesthuis en "dolhuis" vastgebouwd. Het gasthuis werd bestuurd door vijf "gasthuis meesteren" die men "buyte-vaders" en "moeders" noemde. Zij werden jaarlijks gekozen door de magistraat van Leiden.

In de stad was ook een Sinte Elisabeths gasthuis waar het leprozenhuis en het weeshuis aan verbonden waren. Er zijn periodes geweest dat er wel tot 700!! wezen in het weeshuis aanwezig waren. Vanwege de slechte situatie in de beginjaren van de opstand, een uitbreiding van het gasthuis en het grote aantal
zieke en verminkte militairen dat moest worden opgevangen liepen de financin dramatisch terug. Om aan inkomsten te komen werd er bij de Staten van Holland een verzoek ingediend om koperen munten te mogen slaan. Op 17 augustus 1573 kreeg het stadsbestuur van Leiden toestemming om koperen oorden te slaan ten behoeve van het Sinte Catharina gasthuis (LEI.1).
Deze oorden mochten gemaakt worden tot een bedrag van 1000 gulden.
Als inderdaad het volle bedrag is aangemunt dan is het aanzienlijke aantal van ca. 80.000 stuks geslagen. De afspraak was dat de oorden alleen binnen
Leiden zouden circuleren. Zij werden echter veelvuldig vervalst en ook buiten de stad Leiden in het geldverkeer aangetroffen. Dit zorgde ervoor dat zij in 1576 werden ingetrokken. Te Leiden zijn gedurende het beleg door de Spanjaarden ook verschillende noodmunten geslagen. De meest opvallende daarvan zijn de papieren noodmunten van 28 en 14 stuivers. Deze werden in december 1573 vervaardigd.
Ook is er rond maart 1574 een koperen noodmunt van een groot oftewel een halve stuiver geslagen (LEI.2).

Zoals hiervoor al genoemd werden de stadsoorden van Leiden veelvuldig vervalst. Voor het vervalsen van de oorden is de valsemunter Gillis Baerntsz. terechtgesteld. Hij bleek ook in Amsterdam al meegeholpen te hebben aan valsemunterij. De stad Leiden had al eerder met valsemunterij te maken gehad.
 De Leidse noodmunten uit de tijd van het Spaanse beleg werden al spoedig na hun verschijnen nagemaakt. De vervalsers zijn in dit geval echter nooit
gepakt. In 1590 was er weer een proces vanwege valsemunterij te Leiden. Jannetjen Hendricxdr. werd veroordeelt wegens het verspreiden van valse munten die door haar man Jan Fredericx alias Jan Feyckenz. waren gemaakt. Deze was enige tijd daarvoor te den Haag wegens valsemunterij veroordeeld en verbrand op de brandstapel.

Het wapen van Leiden

Het wapen van Leiden bestaat uit 2 gekruiste sleutels van keel (rood) op een zilveren veld. Deze sleutels zijn het symbool van de beschermheilige van de
stad Sint Petrus. Uit 1364 is een stadszegel bekend waarop hij staat afgebeeld met een sleutel en een kerkgebouw in zijn rechterhand met daar omheen zeven zittende figuren. Oudere zegels van Leiden vertonen echter alleen een zittende Sint Petrus zonder sleutels. Verder bestaat ook een zegel met slechts n sleutel.

In het manuscript van heraut Gelre (1414) wordt melding gemaakt van het wapen van Dirk III van Wassenaar, burggraaf van Leiden. Zijn wapen vertoont een gevierendeeld schild met de kwartieren I en IV in keel (rood) drie wassenaars van goud (Wassenaar) en in de kwartieren II en III in azuur een dwarsbalk van goud. Dit laatste wapen wordt beschreven als zijnde het wapen van Leiden2. Of deze informatie correct is en of dit wapen ooit als stadswapen is gebruikt is mij niet bekend.


LEI.1: oord.
(v.Gelder 50a - Maillet 71.1 - PW 1)

VOORZIJDE:
Een wapenschild met hierin het wapen van de stad Leiden, twee gekruiste sleutels. Boven het wapen staat het jaartal 1573.

TEKST:
. + . GEDENCT + DEN + ARMEN (of variant).

KEERZIJDE:
Gekroond rad waar zes vilmessen aan de rand zijn bevestigd. In het centrum van het rad is een tot een kruis gestileerd zwaard geplaatst.
Het rad was het wapen van het Catharina gasthuis en samen met het zwaard behoort het tot de attributen van de heilige Catharina.

Muntmeester, (mij) niet bekend.

   
1573 S

Bekende afslagen etc.

    1573 (zilver) R4


Voorkomende voorzijde varianten:

VZ: A: .+. GEDENCT + DEN + ARMEN
    B: + GEDENCT DEN ARMEN
    C: + GEDENCT x DEN x ARMEN

    1:
Correct jaartal
    2:
Cijfers v/h jaartal in verkeerde volgorde.


KZ: I :
Grote open kroon boven het rad.
    II:
Kleine gesloten kroon boven het rad.

 

Info:

Variant A1I (1573), afbeelding VCLS 23 nr.341.
Variant A1II (1573), particuliere collectie.

Variant A1I (1573 zilver), afbeelding jubileumnummer 400e bijeenkomst van de Amsterdamse Kring 17-10-1994 blz. 56.

Variant B1II (1573), particuliere collectie.
Variant C2II (1573), particuliere collectie.

1573 VCLS 23 nr.341
1573 (zilver)
jubileumnummer 400e bijeenkomst van de Amsterdamse Kring 17-10-1994 blz. 56.

Wettelijk voorschrift: toestemming van de Staten van Holland van 17 augustus 1573.

Dit type stadsoord is mogelijk in een oplage van ca. 80.000 stuks geslagen maar is ook veelvuldig vervalst. Mede daarom werden zij in 1576 ingetrokken.
De aanmunting van dit oordje werd reeds goedgekeurd op 17 augustus 1573. Dit is nog voor het beleg van Leiden door de Spanjaarden
.
Dit muntje behoort dan ook niet tot de nooduitgiften die voortkwamen uit het beleg.

Op 10 februari 2014 heeft Bouke Jan van der Veen mij de volgende correctie gestuurd aangaande het bovenstaande:

Bij het schrijven van de 3 octoberlezing die Arent Pol en ik gaven in Leiden - met als onderwerp de Leidse noodmunten - zijn we er achter gekomen dat bovenstaande formeel juist is maar dat de koperen oordjes (ook die van het gasthuis) wel degelijk nog tijdens het beleg - waar inmiddels papieren noodmunten voor waren geslagen; later ook zilver en beperkt goud (na het beleg) - hebben gecirculeerd; dat hebben we in de Afleezingboeken van het na het beleg (die handelen over de inwisseling van het noodgeld) kunnen concluderen. Deze munten werden toen ook nog ingenomen als munten van het beleg en ook ingewisseld.
Meer hierover is te lezen in het boekje "
Het noodgeld van Leiden - waarheid en verdichting". Auteur: Arent Pol, Bouke Jan van der Veen.